HAGAR TENENBAUM (IL/BE)

De Israëlische Hagar Tenenbaum (°’88) studeerde in 2014 af aan P.A.R.T.S. (Research Cycle) en werkt vanuit Brussel als danser, choreograaf en illustrator. Ze werkte o.a. met Rosa Omarsdottir, Mette Ingvartsen en Daniel Linehan, maar heeft ook al een viertal eigen creaties op haar naam staan.

De laatste tijd werkte ze met Danny Neuman en Hendrik Willekens aan ‘Can you describe your mother’s laughter?’, een project dat vertrekt van een reeks interviews waarin ze mensen vroegen de stem, de lach en het niezen te beschrijven van hun geliefden, moeders, vaders of van zichzelf.

 

Ze komt nu voor het eerst bij kunstencentrum BUDA werken. Ze gaat, vanuit dat interviewproject, in haar eentje verder om een deel van het materiaal autonoom te ontwikkelen tot een soloproject. Daarin wil ze teksten verzamelen vanuit haar eigen dagdagelijks visueel geheugen: details van straten waar ze wandelde, boeken die ze las, films, youtube, theezakjes, conversaties...

Ze wil die herinneringen bestuderen, memoriseren d.m.v. ritme, en ze vervolgens verweven met bestaande liedjes.

Tegelijk ontwikkelt ze een partituur voor haar handen, waarbij ze gebaren van aanraking omvormt tot mini choreografieën.

De Israëlische Hagar Tenenbaum (°’88) studeerde in 2014 af aan P.A.R.T.S. (Research Cycle) en werkt vanuit Brussel als danser, choreograaf en illustrator. Ze werkte o.a. met Rosa Omarsdottir, Mette Ingvartsen en Daniel Linehan, maar heeft ook al een viertal eigen creaties op haar naam staan.

De laatste tijd werkte ze met Danny Neuman en Hendrik Willekens aan ‘Can you describe your mother’s laughter?’, een project dat vertrekt van een reeks interviews waarin ze mensen vroegen de stem, de lach en het niezen te beschrijven van hun geliefden, moeders, vaders of van zichzelf.

 

Ze komt nu voor het eerst bij kunstencentrum BUDA werken. Ze gaat, vanuit dat interviewproject, in haar eentje verder om een deel van het materiaal autonoom te ontwikkelen tot een soloproject. Daarin wil ze teksten verzamelen vanuit haar eigen dagdagelijks visueel geheugen: details van straten waar ze wandelde, boeken die ze las, films, youtube, theezakjes, conversaties...

Ze wil die herinneringen bestuderen, memoriseren d.m.v. ritme, en ze vervolgens verweven met bestaande liedjes.

Tegelijk ontwikkelt ze een partituur voor haar handen, waarbij ze gebaren van aanraking omvormt tot mini choreografieën.

In residentie: