Bosse Provoost & Kobe Chielens (BE)

Bosse Provoost (°1993, Gent) is masterstudent Drama aan het KASK - School of Arts Gent. Zijn roots als speler liggen in het Gentse jeugdtheater Kopergietery, waar hij als kind en jongere de atelierwerking doorliep en meespeelde in enkele voorstellingen meespeelde.

In 2013 vond hij in klasgenoot Kobe Chielens (°1993, Reningelst) een compagnon de route en maakte met hem de voorstellingen Noordswimmingpool (2013) en Wezend leven (2014). Sindsdien vormen ze een makersduo, waarbij Bosse veelal 'maker-naast-de-vloer' (als regisseur) en Kobe 'maker-op-de-vloer' (als speler) is.

 

Ze komen, nog voor ze afgestudeerd zijn, bij kunstencentrum BUDA werken aan Moore Bacon! Dat is een voortzetting van het onderzoek naar het fragmenteren van een lichaam met licht dat in Wezend leven aangezet werd en erg verraste.

In Moore Bacon! plaatsen ze hun eigen onderzoek naast dat van beeldhouwer Henry Moore, in wiens Reclining Figures een zoeken naar de grens tussen lichaam en landschap voelbaar is, en van Francis Bacon, die in zijn schilderijen het lichaam doet botsen met de verf en het zo amorf, verscheurd en niet-thuis-te- brengen maakt.

Waar Moore en Bacon met dood materiaal werken, en dus naar het lichaam toe, vertrekken Bosse en Kobe vanuit het lichaam en dus richting het landschap/het amorfe/de materialiteit.
Bosse en Kobe beschouwen het lichaam niet als een vehikel dat de ziel draagt maar als het enige dat er is, en dus de kern van het mens-zijn.
De mens heeft een complexe en ambigue verhouding met zijn lichaam, omdat het lichaam ons confronteert met onze eindigheid. Moore Bacon! is een poging tot verzoening met de eigen eindigheid.    

Moore Bacon! wil in 2015-2016 zijn plek vinden in het Vlaamse theaterlandschap en tijdens hun Buda-residentie gepresenteerd aan de compañeros.

 


‘Tijdens een wandeling keek ze eens in de verte en vroeg:
“Wat is dat daar voor een wit, lief dorp?”
Het was geen dorp, het waren palen langs de weg.
Karel kreeg met haar te doen vanwege die zwakke ogen.’

- Milan Kundera, Het boek van de lach en de vergetelheid -
 

Bosse Provoost (°1993, Gent) is masterstudent Drama aan het KASK - School of Arts Gent. Zijn roots als speler liggen in het Gentse jeugdtheater Kopergietery, waar hij als kind en jongere de atelierwerking doorliep en meespeelde in enkele voorstellingen meespeelde.

In 2013 vond hij in klasgenoot Kobe Chielens (°1993, Reningelst) een compagnon de route en maakte met hem de voorstellingen Noordswimmingpool (2013) en Wezend leven (2014). Sindsdien vormen ze een makersduo, waarbij Bosse veelal 'maker-naast-de-vloer' (als regisseur) en Kobe 'maker-op-de-vloer' (als speler) is.

 

Ze komen, nog voor ze afgestudeerd zijn, bij kunstencentrum BUDA werken aan Moore Bacon! Dat is een voortzetting van het onderzoek naar het fragmenteren van een lichaam met licht dat in Wezend leven aangezet werd en erg verraste.

In Moore Bacon! plaatsen ze hun eigen onderzoek naast dat van beeldhouwer Henry Moore, in wiens Reclining Figures een zoeken naar de grens tussen lichaam en landschap voelbaar is, en van Francis Bacon, die in zijn schilderijen het lichaam doet botsen met de verf en het zo amorf, verscheurd en niet-thuis-te- brengen maakt.

Waar Moore en Bacon met dood materiaal werken, en dus naar het lichaam toe, vertrekken Bosse en Kobe vanuit het lichaam en dus richting het landschap/het amorfe/de materialiteit.
Bosse en Kobe beschouwen het lichaam niet als een vehikel dat de ziel draagt maar als het enige dat er is, en dus de kern van het mens-zijn.
De mens heeft een complexe en ambigue verhouding met zijn lichaam, omdat het lichaam ons confronteert met onze eindigheid. Moore Bacon! is een poging tot verzoening met de eigen eindigheid.    

Moore Bacon! wil in 2015-2016 zijn plek vinden in het Vlaamse theaterlandschap en tijdens hun Buda-residentie gepresenteerd aan de compañeros.

 


‘Tijdens een wandeling keek ze eens in de verte en vroeg:
“Wat is dat daar voor een wit, lief dorp?”
Het was geen dorp, het waren palen langs de weg.
Karel kreeg met haar te doen vanwege die zwakke ogen.’

- Milan Kundera, Het boek van de lach en de vergetelheid -
 

In residentie: